Liturgie Zondag 30 december 2018. Aanvang 10.00 uur

Drs. A.J. den Besten uit Sliedrecht
Organist: Dhr. N. v. Oudheusden
Zondagssch/kdnd: kl: Gerda, M: Tineke, Gr: Judith
Oppas: Mw. N. v/d Steen, Mw. P. Vrijlandt, Esther de Haan
Dienstcollecten: Kerk en Eredienst
Deurcollecten: onderhoud gebouwen

Wanneer u wilt, kunt u uw collectebijdrage overmaken op banknummer NL38RABO0373711271 van de Kerkvoogdij o.v.v. datum dienst. (let op per 1 november gewijzigd rekeningnr)

Klik hier voor: dienst beluisteren 

  1. Mededelingen kerkenraad
  2. Intochtslied Ps. 92: 1 en 8 Waarlijk, dit is rechtvaardig, dat men de Here prijst.
  3. Moment van stilte
  4. Votum en groet: Onze hulp is in de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft, die trouw houdt tot in eeuwigheid en niet loslaat het werk van zijn handen. Genade zij u, barmhartigheid en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus door de Heilige Geest. Heer, onze God, wat zijn wij zonder U? Onze geest heeft uw licht nodig, onze wil uw kracht, onze ziel uw vrede. Amen.
  5. Zingen Psalm 84: 1 en 4 Hoe lieflijk, hoe goed is mij, Heer.
  6. Aanwijzing ten leven: Maar tot u die mij hoort, zeg ik: hebt uw vijanden lief, doet wel degenen die u haten; zegent wie u vervloeken; bidt voor wie u smadelijk behandelen. Slaat iemand u op uw wang, keer hem ook de andere toe, neemt iemand u uw mantel af, laat hem ook uw hemd nemen. Vraagt iemand iets van u, geef het hem; neemt iemand het uwe, vraag het niet terug. En gelijk gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo. En indien gij liefhebt die u liefhebben, wat hebt gij vóór? Immers ook de zondaren hebben lief die hen liefhebben. Want indien gij goed doet aan wie u goed doen, wat hebt gij vóór? Ook de zondaars doen dit. En indien gij leent aan hen, van wie gij hoopt iets te ontvangen, wat hebt gij vóór? Ook zondaars lenen aan zondaars om evenveel terug te ontvangen. Neen, hebt uw vijanden lief, en doet hun goed, en leent zonder op vergelding te hopen, en uw loon zal groot zijn en gij zult kinderen van de Allerhoogste zijn, want Hij is goed jegens ondankbaren en bozen.
  7. Gebed om de heilige Geest.
  8. Schriftlezing: Lukas 2: 22-40 Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden, zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd. Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven Er woonden toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israel vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem. Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de messias van de Heer zou hebben gezien. Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus' ouders hun kind daar binnen brachten om met hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden: Nu laat u Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israel, uw volk.                                                                     Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over hem gezegd werd. Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: Weet wel dat velen in Israel door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.                              Er was daar ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaren met haar man geleefd, en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe. Ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden. Op dat moment kwam ze naar hen toe, bracht hulde aan God en sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem.                        Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op hem.                                                                          Tot zover de Schrift en welgelukzalig is iedereen die deze woorden hoort, leest en bewaart in zijn of haar hart.
  9. Zingen Gez. 139: 1, 2 en 3 Komt verwondert u hier mensen, ziet hoe dat u God bemint.
  10. Kinderen naar de KND.
  11. Verkondiging: profeet, priester en koning: een betwist teken.
  12. Kinderen komen terug.
  13. Zingen Gezang 147: 1, 4 en 5 Looft God, gij christnen, maakt Hem groot
  14. Danken, bidden, een stil gebed en gezamenlijk het Onze Vader.
  15. Zingen slotlied Gezang 464: 1en 2 Alle volken looft de Here.
  16. Heenzending en zegen: De genade van onze Heer Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij en blijve met u allen....Amen.

 

Aanvullende gegevens