Het grote gebod (Matth.22:34-46)
Wanneer de Here Jezus wordt gevraagd of Hij kan zeggen wat ‘het grote gebod’ in de wet (‘Tora’: ‘vingerwijzing’) is, antwoordt Hij met een citaat uit Deuteronomium 6:5: ‘Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.’ Dit vers maakt deel uit van een Bijbelgedeelte dat Sjema Jisra’el, ‘Hoor Israël!’, wordt genoemd, naar het voorafgaande vers, Deuteronomium 6:4: ‘Hoor, Israël: de HERE is onze God, de HERE is één.’ Het Sjema Jisra’el vormt de kern van de gebeden in de synagoge en is eigenlijk Israëls ‘geloofsbelijdenis’. Het is een diep verlangen van iedere gelovige Jood om met deze woorden te mogen sterven. Gelovige Joden liepen met deze woorden op de lippen de gaskamers in, getuigden SS’ers tijdens hun verhoren. Wat zullen onze laatste woorden als christenen zijn? De belijdenis van onze God, onze Here Jezus Christus en het eeuwige leven in zijn Naam?!
Voor Jezus ligt in het Sjema, samen met Leviticus 19:18, de samenvatting van de gehele Tora en alle profeten. Maar met het antwoord dat Hij geeft, wil Hij zich niet in een discussie over de Tora laten opsluiten. Hij wil zeggen: is het niet de Tora zelf, die volkomen duidelijk leert dat de liefde tot God samen op gaat met de liefde tot de naaste? Hebben we daar niet onze handen meer dan vol aan?! De liefde tot God uit zich praktisch in liefde tot de naaste. Ja, uit de liefde tot de naaste blijkt wie God voor ons is! ‘Een goed verhaal’, is meestal ook een scherp verhaal, een levenslang verhaal…!
Heer, onfterm U. Leidt ons. Schrijf uw Tora in onze harten door uw Heilige Geest, vanuit de genade van het nieuwe verbond in uw Messias! (Hebreeën 8; Jeremia 31) U alleen loven wij, U danken wij. Samen met Israël, uw eerstgeboren zoon. (Exodus 4:22) Amen
Ds. A.A. van den Berg, Puttershoek

 

Aanvullende gegevens